SCROLLEN EN WAARDEREN

 

Het is een tijdverdrijf. En toch ook weer niet. Je doet het als je te vroeg wakker wordt en de slaap niet terugkomt. Scrollen op je Insta-account. Op Pinterest.

 

Natuurlijk is kunst-in-het-echt een totaal andere ervaring die je dichter bij de maker brengt. Bij de ziel van het werk. De essentie. Maar het digitale kijken is je inmiddels zo vertrouwd dat je ook hierin de hoogtepunten zoekt waaraan je iets hebt. 

 

Tekeningen, schilderijen, foto’s, filmpjes, teksten, beelden waar je even bij stil staat. Omdat de vorm intrigeert. Of bevestigt. Omdat ze in jouw kijkkader vallen. Of eigenlijk beter: net daarbuiten. Het kijken naar kunst en de waardering van wat je ziet heeft immers altijd te maken met hoe jouw kijken zich heeft ontwikkeld. In mijn geval resulteert dit in 2 criteria

 

1. Voegt het iets toe aan alles wat ik heb gezien, aan mijn persoonlijke kunstgeschiedenis?

2. Raakt het me omdat ik het mooi vind, of lelijk of niks of verwarrend?

 

Als ik die 2 criteria zo noteer, lijkt het alsof ik veel tijd steek in mijn overweging tot waardering. Maar scrollen gaat snel. En bevestigt dat de criteria behoorlijk bij mij ingebakken zijn. Van de 100 beelden die voorbijkomen op de willekeurige hashtag #contemporaryart behoren 99 tot mijn categorie rubbish, rotzooi, oninteressant. Ze zeggen vooral “Kijk es wat ik kan” zonder iets te kunnen. Kortom, ze hebben niets te maken met mijn idee over kunst omdat ze noch iets toevoegen noch iets met me doen.

 

Ik zoek naar werk met zeggingskracht door verbeeldingskracht. Dat klinkt leuk, maar breng eens onder woorden wat dat inhoudt. Als die woorden er zijn had de maker ze wel gebruikt om duidelijk te maken wat hem of haar bezielt.

 

Ik kijk zonder onderscheid tussen abstract of figuratief. De zichtbare werkelijkheid kan in hoge mate tot abstractie leiden. Hierbij moet ik altijd denken aan Blow-Up (1966), de film van Michelangelo Antonioni. Hierin is een fotograaf getuige van een moord. Althans, zo lijkt het. Maar de foto die hij van de veronderstelde daad heeft gemaakt bewijst niets omdat deze van te grote afstand is geschoten. En ook al blaast hij de foto enorm op om in te zoomen op de gebeurtenis, die realiteit brengt ‘m niet dichter bij de waarheid.

 

Een prachtig gegeven over figuratie en abstractie.

 

Waar kijk ik wel naar? Naar de liefde voor het materiaal. Houdt de kunstenaar er echt van? Behandelt hij het zodat haar kwaliteiten en mogelijkheden worden gebruikt voor de essentie? En gebeurt dit op een manier die poëzie oplevert? Die ongrijpbare mix van genot met open einde. Van associatie en antwoorden. Van sturing en loslaten. Van herkenning en verrassing.

 

Toen ik voor het eerst van Josef Beuys hoorde en hem in Kassel (Documenta 1977) aan het werk zag, wist ik niet wat ik ermee moest. Inmiddels waardeer ik zijn kunstenaarschap zeer, is het mijn kennis waardoor ik bijvoorbeeld om zijn performances kan lachen. En tegelijk hoor ik mijn moeder uit haar graf: “Die man moat sich net sa oanstelle!

 

Maar wat mij echt raakt zijn Beuys’ tekeningen. Deels omdat ik die in een tekentraditie (Rembrandt, Rodin, Bissier) kan plaatsen, deels omdat ze doordrenkt zijn met Beuys’ thema’s, maar vooral omdat ik een combi van verbeeldingskracht en vrijheid zie waaraan ik me altijd kan laven.

 

Vrijheid. Ja, daar kijk ik naar. Dat wil ik zien. Het talent dat kan scheppen, dat ergens weet hoe dit werkt, maar zich vervolgens niets aantrekt van geschreven en ongeschreven regels om met zijn eigen idioom een eigen wereld te scheppen. Mijn held: Sigmar Polke.

 

Wanneer ik bezig ben, over mijn kartonnen gebogen sta, de tapejes plak, de pastel aanbreng, met mijn vinger het krijt in het karton wrijf, fixeer, op de muur plak, met verf en kwast bewerk, in het natte karton teken, patronen spuit, sjablonen inkleur en denk ‘waar wil ik naar toe?’ hoop ik dat Polke over mijn schouder meekijkt.

 

Hij roept dat het allemaal mag, dat ik mezelf 1000 keer mag herhalen omdat ik dit toch niet doe, dat ik stippellijnen, druipers, stippen en scheuren mag gebruiken en dat het tot niets mag leiden dat het mag mislukken, dat alles mag mislukken want niets mislukt omdat mislukken een oordeel is van gevestigde ideeën waaraan een beeld moet voldoen en dat ik mag doen wat me goed dunkt, wat op dat moment blijkbaar moet gebeuren…

 

Van de ingebeelde Polke terug naar het dagelijkse scrollen. Het is een kleine stap. Want ik scrol door zijn map die ik op Pinterest heb aangemaakt. En bij elk plaatje groeit de behoefte om zijn werk in het echt te zien. Te ruiken. En te denken: ‘Zie je wel: het kan, het mag, het is!’

 


VERANTWOORDINGSKUNST

 

Zojuist op mijn iPhone gekeken naar de presentatie van Arcadia 2022. Het vervolg op Europees Culturele Hoofdstad 2018 in Leeuwarden/Fryslân dat 3 jaar geleden in een aantal opzichten een groot succes was. Cultureel. Economisch. Mentaal. En wat dit laatste betreft: het trok Leeuwarden en Fryslân uit de bescheiden opstelling van ‘het wordt nooit wat’ en ‘doe maar gewoon’.

 

Ik ben altijd groot voorstander geweest van LF2018 omdat ik hoopte op genoemde successen. En alleen al daarom ben ik ook voorstander van Arcadia 2022. 

 

En toch.

 

BOSK. PARADYS. IIS. Het zijn de titels van een aantal Arcadia-projecten. Met BOSK gaat een bos van echte bomen 3 maanden door Leeuwarden wandelen. PARADYS speelt zich af in Oranjewoud waar beeldend kunstenaars dit thema in brede zin kunnen omarmen. En bij IIS wordt de Friese bevolking gevraagd de treurige ijsloze winterse ijsbanen van nieuw leven te voorzien. Drie projecten die appelleren aan de fantasie. Aan de verbeeldingskracht. Mooi? Mooi!

 

En toch. 

 

Ik ken de meeste mensen die presenteren. Sjoerd en Immie van Arcadia. Bestuurders Hein (Leeuwarden) en Sietske (Provinsje). En ik weet hoe simpel het klinkt en lastig het is om een vervolg te geven aan succes. 

 

En toch. 

 

Mij bekruipt naast waardering voor het programma een kriegel gevoel tijdens de presentatie. Uitmondend in twee kritische gedachten. 

 

De eerste: het voelt allemaal zo verantwoord. Met het hele rataplan aan Friese eigenheid en wensdenken wordt het programma onderbouwd: mienskip, erfguod, duorsum, grien, biodiversiteit, gezond, voorbeeld voor Europa, samen met bezoekers, economische impuls, de aarde beter maken, enzovoort. In die zin borduurt het voort op LF2018. 

 

Maar is dat waar kunst over moet gaan? Is dat waarvoor kunst moet worden ingezet? Moet kunst zich verantwoorden met hierboven genoemde thema’s? Het lijkt erop.

 

Eerlijk gezegd word ik daar opstandig van. Kunst hoeft zich wat mij betreft helemaal niet te verantwoorden. Hoeft niet naar de pijpen te dansen van de thema’s die vandaag spelen. Niet naar de pijpen van publiek. Niet naar de pijpen van bestuurders. Niet naar de pijpen van de markt.

 

Het staat iedere kunstenaar vrij om eigen uitgangspunten te kiezen. Soms rationeel. Soms gevoelsmatig. En meestal een mix van beide die gevoed wordt door plaats en tijd waarin de kunstenaar leeft. Maar uiteindelijk moet het zijn/haar kwaliteit zijn die de doorslag geeft. Visie. Verbeelding. Poëzie. Verrassing. Verbazing. Vervloeking.

 

Of is het andersom? Gebruiken maatschappelijke initiatieven, stromingen, belangen ook in dit geval de 'kunst' om hun ideeën aan de man te brengen? Kunst om de aarde beter te maken. "Omdat kunstenaars eerlijke perspectieven kunnen schetsen" aldus Sjoerd Bootsma.

 

Natuurlijk, dat is op zich niks nieuws. Overal en altijd is kunst op die manier gebruikt. Maar het brengt mij wel op mijn tweede kritische gedachte. Over 'mienskip"

 

Dat ‘mienskip’, het met elkaar doen, is heel erg Fries. In ieder geval wordt het zo uitgedragen. Maar het is veeleer een (warm) maatschappelijk verschijnsel dan een artistiek uitgangspunt. Sterker nog, de geschiedenis van grote Friese kunstenaars kenmerkt zich vooral door individualisten die ondanks de cultureel conservatieve grondslag van deze regio zichzelf door talent en doorzettingsvermogen uittilden boven die veelgeprezen mienskip. 

 

Gerrit Benner. Jan Mankes. Alma Tadema. Harmen Abma. Anne Feddema (schilders), Abe Bonnema (architect), Rutger Hauer (acteur), Jan Jacob Slauerhof, Tsjebbe Hettinga (dichters), Auke de Vries, Ids Willemsma (beeldhouwers): kunstenaars die hun eigen weg gingen/gaan (vaak weg uit Fryslân). Wars van verantwoording aan tijd of thema. Aan mienskip of maatschappij. Aan bevolking of bestuur. Alleen verantwoording schuldig aan hun individuele bestaan dat ze met grote toewijding een eigen vorm geven.

 

Misschien passen duurzame mienskipsprojecten beter in dit tijdsgewricht. Misschien is mijn idee over kunst achterhaald. Of heeft mijn idee over kunst een overload aan romantiek. Maar ik hou nou eenmaal van individuele, artistieke grootheid (wars-van en dwars-door) die de geesten opschudt. Veel meer dan van projecten die door bestuurders kunnen worden verantwoord in kamers, staten en raden.

 

En hoezeer ik ook hoop dat Arcadia het succesvolle vervolg wordt op LF2018 mijn kriegelige gevoel laat me toch niet los.


HET ANKER VAN DE OORLOG

 

Ik ben van 1956. En hoe ouder ik word des te meer ik besef hoe dicht mijn geboortejaar ligt bij de jaren van WO2. Van die oorlog zelf voel ik dus niks. Geen ervaring. Geen herinnering. Maar in mijn beschermde jeugd was deze altijd aanwezig. 

 

Mijn ouders waren puber toen de oorlog uitbrak. Friese plattelandskinderen voor wie die tijd spannend avontuurlijk was. Mijn moeder had oudere broers voor wie altijd het gevaar dreigde tewerkgesteld te worden. Mijn vader ging kijken bij Engelse vliegtuigen die waren neergestort. Dat waren de verhalen die wij als kinderen hoorden. En ik stelde me voor dat er in ons huis kruipruimte onder de zoldertrap was waar we konden schuilen als de Duitsers toch weer Nederland zouden veroveren.

 

Mijn ouders keken naar Lou de Jong en de hele serie Het Koninkrijk Der Nederlanders In De Tweede Wereldoorlog van deze historicus stond prominent in onze boekenkast. En daarmee was de oorlog ingekaderd in het verleden. Voorbij. Iets wat nooit meer mocht gebeuren. Iets wat mensen elkaar nooit meer mochten aandoen. Een prettig, veilig, naief idee. Maar wel het idee dat nog steeds een anker in mijn leven is.

 

Ik moest afgelopen week aan dat anker denken bij de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen. Me realiserend dat het merendeel van de kiezers veel verder is verwijderd van WO2 dan ik. En die ondanks herdenkingen, boeken en films niet direct zijn opgegroeid met WO2. Of er niet mee zijn opgezadeld, om het in ander perspectief te plaatsen. De kans is groot dat voor hen Corona iets is wat WO2 voor mij was. En dat Klimaat zoiets wordt. Waarbij Corona vandaag door iedereen wordt gevoeld en Klimaat een abstracte lijkt dat ergens in de toekomst gaat spelen.

 

Maar zonder anker van WO2 kijk je anders tegen deze wereldgebeurtenissen aan. Is er geen bodem in de zin van ‘dat nooit meer’ die gegrond is in de manier waarop je met elkaar omgaat. Het gevoel dat je met elkaar verantwoordelijk bent voor je stad, regio, land en de wereld. Met respect voor elkaars meningen en verschillen. Maar wel met het doel om er samen iets van te maken. De uitslag van de verkiezingen laat een andere koers zien.

 

Maar liefst 17 partijen in de Kamer. Je zou dit Het Feest Van De Democratie kunnen noemen. Om meerdere redenen vind ik dat absoluut geen feest. Het tekent een land dat in kleine belangen denkt. Boerenbelangen. Wappiebelangen. Turkenbelangen. Dierenbelangen. Seniorenbelangen. Issues ipv een maatschappijvisie. Waarbij ook het rechts-extremisme in de kamerbankjes plaats mag nemen. Het voelt alsof de boekenplank van Lou de Jong in de fik staat.

 

Maakt me dat pessimistisch? Ja als ik zie hoe ‘gewoon’ het extreemrechtse en complotdenken wordt gevonden in politiek en media. Maar ik ben optimistisch als ik Sigrid Kaag op de tafel zie dansen. Had niveau Merkel kunnen worden als ze in Duitsland was geboren. En ja ik ben optimistisch als ik de Europese frisheid van Volt hoor. En ja ik ben ook optimistisch dankzij het karakter van een premier als Rutte.

 

En misschien klinkt dat allemaal gek voor iemand uit een sociaal-democratisch gezin. Voor iemand die de linkse teloorgang als een bittere pil ervaart. Niet zozeer omdat ik daar in mijn dagelijks bestaan onder te lijden heb: het liberalisme heeft het tot nu toe goed met mij voor. Maar wel omdat links denken voor mij betekent dat je over de hele linie een balans zoekt. Een eerlijker verdeling van macht, inkomen, kansen. 

 

Niet om mensen te pamperen zoals vaak uit liberale kring over dit idee wordt gesproken. Maar om mensen sterker, zelfbewuster, energieker en gewoon aardiger voor elkaar te maken. Met een sterke overheid als initiator, regelaar en beschermer.

 

Aan dat idee hou ik vast. Het is een anker. Gegeven door mijn ouders. Friese plattelandspubers in WO2.

 

21 MAART 2021

 


MEDOGENLOOS

Buurman Anton begon er over. Er zou een kunstwandelroute komen in het centrum van onze stad. Voerde ook langs de Emmakade en er deden al een paar bekenden mee. Ton, Douwe, Gerrit, hijzelf. En of ik het leuk vond om mee te doen. Dan zou hij de organisatoren Paul en Gea inseinen.

 

Spontaan als ik ben, begon de twijfel. Ik had wel vaker ‘ja’ gezegd met achteraf spijt. “Waarom ook niet?” was de doorslaggevende reden geweest. Maar hoe aardig ik de eigenaren ook vind, in een kaaswinkel en een kapperszaak krijgt mijn werk nooit de liefde en aandacht die het verdient.

 

Daarom dus niet.

 

“Ja” zei ik tegen Anton, ook al voelde het alsof ik op een hoopje kunstenaars werd geveegd. En toen ik hoorde dat organisator Paul ook het genie was achter een witte hangende fiets die tijdens LF2018 de Oosterbrug ontsierde, vroeg ik me af of ik met mijn ‘ja’ weer eens te aardig was geweest. 

 

Kunst heeft niets aan aardigheid. Kunst is meedogenloos. 

 

Paul stond de volgende dag bij mij op de stoep. Hij had geen idee dat ik hier zat, een atelier had, laat staan dat hij mijn werk kende. Hierover was hij blij verrast en meedoen aan de Kunstwandeltocht was helemaal goed.

 

Ik kon zelf bepalen hoe ik de deelname invulde, daar was iedere kunstenaar vrij in. Het verbindende element werd gevormd door de locaties: de ateliers. En gezien de namen van enkele deelnemers gold er ook een zeker kwaliteitscriterium.

 

Via Google had ik mijn idee over het werk van Paul enigszins bijgesteld. Er zaten mooie tekeningetjes tussen die ik overigens op geen enkele manier kon linken met de hangende witte fiets. Laat ik het er op houden dat een digitale beoordeling ook zijn beperkingen kent.

 

“Ja” dus. Vooral omdat het idee van zo’n wandelroute OK is en ook mag worden gewaardeerd door mijn deelname. Paul en Gea steken er veel tijd en energie in. Al valt er op de uitvoering wel wat aan te merken. Communiceren (naam, leaflet, social media) gebeurt aandoenlijk amateuristisch. Maar vooruit, de locale pers gaf er behoorlijk aandacht aan en binnen mijn mogelijkheden om mee te doen ben ik tevreden.

 

Er hangen twee mooie tekeningen voor mijn atelierramen. Van buiten goed zichtbaar en representatief voor mijn huidige werk. Kom maar kijken! En over de klunzigheid waarmee ik dat voor elkaar heb gekregen schrijf ik nog wel eens een aparte blog.

 

Op het bordje naast de tekeningen staan de gegevens voor een atelierbezoek: 06 51297570 of wytzew1956@gmail.com. Je bent van harte welkom!

 

Kunstwandeltocht LOOKING FOR THE STARS loopt van 1 juni tot 1 september langs de ateliers van 26 kunstenaars in de Leeuwarder binnenstad. Op de 1e van elke maand wordt het werk ververst. En ja, ik ga hem zeker een paar keer doen.