11fountains: een wereldconcept (20/05/2017)

     

Alle 11 in Franeker

Gistermiddag was ik in de Martinikerk in Franeker. Reden: de presentatie van 11Fountains, de 11 fonteinen die het komend jaar in de 11 Friese steden zullen verrijzen in het kader van LF2018: Leeuwarden/Friesland als Europees Culturele Hoofdstad in 2018. De maquettes stonden fraai uitgelicht achter in de kerk. Het totaal gaf een mooi overzicht van de grote variatie aan kunstwerken. Inderdaad: we moeten deze fonteinen beschouwen en beoordelen als kunst.

 

De aanwezigen

Het aanwezige publiek bestond uit bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordigers van provincie en betrokken gemeenten. Ook leden van de bewonerscommissies die hadden meegedacht over hun fontein waren in de kerk en kregen dank voor hun inspanningen. Daarnaast waren er mensen van LF2018, de regie-organisatie die 11Fountains tot een van haar kernprojecten heeft benoemd. Ook was er een redelijk aantal belangstellenden en last but not least Anna Tilroe, initiator en projectleider van 11Fountains.

 

Blij en trots

De stemming was goed, ontspannen. Dit had ongetwijfeld ook te maken met de persconferentie van een dag eerder waarop de provincie en gemeente Leeuwarden hun financiële zekerstelling van het hele programma bekend maakten. Kortom: die 11Fountains komen er. Dat is zeker. En ik ben daar blij mee. Sterker: ik ben er trots op. Al sinds de lancering van de eerste ideeën ben ik er een groot voorstander van. Om meerdere redenen (en die komen straks).

 

Draagvlak?

Ik maakte in de kerk een paar iPhoto's en combineerde mijn enthousiasme met #MYDAILY, mijn dagelijkse foto op social media: Twitter, Facebook en Instagram. En zoals te verwachten (en leuk) kwamen hierop reacties. Zowel positief als negatief. In de laatste categorie was een verwijzing naar de FB-pagina van Omrop Fryslân. 'Men' zou zich hierop zeer negatief over de fonteinen uitlaten. Het bewijs dat Fryslân niks moet hebben van die fonteinen en dat er voor LF2018 geen draagvlak bestaat.

 

Reden voor reactie

Dus ik naar de Omrop FB. En inderdaad: een stortvloed van negativiteit. Is dat schrikken? Nou nee, als social media adept weet je dat meningen ongezouten op het net worden geslingerd. Zo ook over de fonteinen. Dus schrikken: nee. Maar wel een reden voor een reactie.

 

De kritiek

Voor het gemak rubriceer ik de kritiek in 3 hoofdstukken:

- 'Ik vind het niet mooi'

- 'Ik vind het verspilling van (ons) geld'

- 'Ik mis de Friese kunstenaars'

Ik heb niks tegen meningen. Maar zie liever dat ze zijn onderbouwd dan dat ze als losse flodders in de (social) media worden geschoten. En daarom probeer ik mijn enthousiasme voor de 11Fountains hier te onderbouwen.

 

Meerdere waarden

Om te beginnen: je kunt op veel manieren naar de waarde van 11Fountains kijken: cultureel (artistiek, esthetisch, historisch), economisch (kosten-baten gekoppeld aan realisatie/onderhoud en opbrengsten toerisme), sociaal (wat doet het met mensen). Mijn persoonlijke waarden in volgorde van belangrijkheid:

 

Artistieke waarde

Vanaf het allereerste begin heeft Anna Tilroe gemikt op wereldkunstenaars. Mensen die in de internationale kunstwereld in de eredivisie spelen. En hierin is ze geslaagd. De allergrootste, Marina Abramovic, viel helaas door ziekte af. Maar wat rest is een 11-tal topkunstenaars die samen voor een project zorgen dat nergens ter wereld ooit is gerealiseerd. Dat een projectleider daarin slaagt, verdient een diepe buiging. Anna Tilroe heeft het unieke momentum van Europees Culturele Hoofdstad 2018 aangegrepen om iets nieuws te doen met 2 merken waarmee Friesland in de wereld bekend staat: De 11 Steden(tocht) & Water.

 

De diepe waarde die deze 2 voor Friesland hebben, was voor de kunstenaars een belangrijke reden om mee te doen en geïnspireerd te raken. Dit, gekoppeld aan de voorwaarde dat er uitwisseling van informatie en ideeen met de lokale bevolking moest plaatsvinden, maakte het ook voor de kunstenaars een unieke opdracht. Kortom: de hoge artistieke waarde is gewaarborgd.

 

Mooi?

Artistiek hoogstaand leidt niet automatisch tot massaal applaus. Want om de artistieke waarde te kunnen beoordelen moet je een beeld in meerdere contexten zien. Bijvoorbeeld door je te verdiepen in het oeuvre van de kunstenaar. Of door te kijken hoe het werk zich verhoudt tot andere kunstenaars, andere stromingen, andere tijden, andere plaatsen. Wie zich voor kunst interesseert, doet dit min of meer automatisch. Maar dat is een relatief kleine groep. Voor de meeste mensen ontbreekt zo'n context. En hoe minder context hoe meer de mening zich gaat beperken tot 'Ik vind het mooi' of 'Ik vind het niet mooi'. Logisch, maar soms wel jammer omdat de artistieke waarde dan nauwelijks meer meetelt. En dat terwijl de fonteinen in de openbare ruimte staan: iedereen kan ze zien, iedereen kan een mening geven.

 

Economische waarde

Wie de waarde niet ziet ('ik vind het lelijk') vindt al snel dat elke cent die hieraan wordt uitgegeven 'weismiten jild' is. Begrijpelijk. Maar ook te kortzichtig. Voor veel zaken, en dat geldt zeker voor kunst, blijkt dat de waardering pas na verloop van tijd komt. Clichévoorbeeld: Van Gogh stierf arm terwijl er nu miljarden aan hem worden verdiend.

 

Ik ben er van overtuigd dat er in de loop van de tijd ook zoiets met de fonteinen zal gebeuren. Lelijk of mooi, op termijn behoren ze tot het beeld van de stad, worden ze 'fan us' en vormen zij met z'n 11-en een unieke keten waarvoor menig toerist speciaal naar Friesland zal komen. Vanwaar mijn overtuiging?

 

Van bootje naar beleving

De behoefte van de (internationale) toerist in deze regio is aan het verschuiven: van bootje naar beleving. Zeilvakanties nemen af (zeker bij de jeugd). Cultuurtoerisme wordt steeds belangrijker. En met het merk '11 Stedentocht' en de invulling 11Fountains biedt Friesland een attractie die uniek in de wereld is. En die alles in zich heeft om mensen te verleiden voor een bezoek aan onze provincie. Het is natuurlijk wel zaak om dit goed te vermarkten (maar dat is een ander onderwerp). Kortom, de komende (pakweg) 30 jaar trekken de 11 fonteinen meer toeristen en dus meer geld naar Friesland. En dat voor een investering van een paar miljoen… (de extra kosten voor het aquaduct in de Drachtsterweg bij Leeuwarden waren al € 8 miljoen, is daar ooit zo over gezeurd?)

 

Friese kunstenaars?

Het oorspronkelijke bidboekthema 'Mienskip' is na het winnen van de titel door Europa aangepast tot 'Iepen Mienskip'. Hierdoor moet in het programma de Friese cultuur zich nadrukkelijk verhouden tot de rest van de wereld. De vensters moeten open. Het programma moet een internationale kracht hebben. Vandaar een Engelse titel als 11Fountains. En vandaar Anna Tilroe's zoektocht naar internationale kunstenaars. Het is een voorwaarde.

 

Het zou naïef zijn om te denken dat dit zonder gemor zou passeren. En dus: "Friesland heeft toch hele goede kunstenaars, ziet die mevrouw uit de Randstad dat nou niet?". Tuurlijk ziet die mevrouw uit de Randstad dat wel. Gerrit Benner, Jan Mankes, Sjoerd de Vries en ook Escher en Alma Tadema. Puntje: ze leven niet meer of ze maken geen beelden. En Ids Willemsma dan? Zijn prachtige beeld aan de dijk is een sieraad voor Fryslân. Maar overal staan al beelden van Ids. Wat voegt de zoveelste dan nog toe?

 

En toch, veel Friezen zowel binnen als buiten de kunstwereld voelen zich tekort gedaan. Geven hieraan regelmatig uiting. En raken hiermee natuurlijk de Friese onderbuik: “Wij laten ons toch niet de kaas van het brood eten door al die buitenlanders?” Jammer. En onterecht. Want wie in de globale eredivisie wil spelen moet bijzondere kwaliteiten hebben. Net als bij voetbal: hoeveel Friezen spelen er In het eerste van Heerenveen? Precies!

 

Trots

Ik ben er trots op dat internationaal vermaarde kunstenaars bereid zijn hier iets neer te zetten. Ik ben er trots op dat Fryslân dat podium biedt. En ik ben er trots op omdat het concept klopt: het past bij onze provincie van 11 steden en water. Vind ik daarmee alle ontwerpen mooi? Nee, natuurlijk niet. Ik vind ze wel allemaal interessant. Omdat ze mij nieuwsgierig maken. Bij de een omdat ik wil weten wat de gedachte er achter is. Bij de ander omdat me afvraag hoe ze in de ruimte zullen werken.

 

En ook als ze straks spuiten zal er discussie zijn. Prima. Maar ik heb geen behoefte om mee te huilen in het tranendal van boosheid, verongelijktheid en jaloezie. Ik kan niet veel met al die ingezonden brieven en social media berichten die bol staan van reactionaire kortzichtigheid. Ik laat me liever inspireren en verrassen. En ik hoop dat er voldoende mensen in Fryslân en daar buiten zijn die met een open mind naar de 11 fonteinen kijken. Die zich niet alleen maar laten leiden door het dodelijke ‘niet mooi’ of ‘net ien fan ús’.

 

Open blik

Onze wereld beweegt sterk en verandert op vele gebieden. Het is de mens eigen om veranderingen als een bedreiging te zien. Zeker als je wilt vasthouden aan 1-dimensionele waarden met bijbehorende meningen. Dat hoeft niet. En zeker niet als het over fonteinen gaat: ze bedreigen je niet, ze verwonden je niet, ze eten je niet op. Ze staan er straks om er te zijn. En je mag er alles van vinden. En misschien helpen ze om na te denken over iets wat je nog niet kent, niet wist of niet besefte. En leidt het tot een blik naar buiten. Dan zie je meer dan bij navelstaren.

 

Iepen Mienskip

De 11 kunstenaars helpen ons met die ruimere blik. Door beelden neer te zetten die alles te maken hebben met de Friese historie en met de Friese cultuur. Maar die hun vorm ontlenen aan een getalenteerd individu van elders. En ja, dat is soms vreemd, dat is soms wennen en dat ligt soms buiten ons begrip van 'mooi'. Maar het doet ook beseffen dat 'anders' ons verder kan brengen. Net zoals wij met onze kwaliteiten een ander verder kunnen helpen.

 

Dat is Iepen Mienskip: opdat we in Fryslân blijven meebewegen in onze sterk veranderende wereld.

 

 

waarom lf2018? daarom!!! (07/05/2017)

 

Nog 8 maandan. Dan is het 2018. En is Leeuwarden/Fryslan de Culturele Hoofdstad van Europa. Een bijzondere titel voor een bijzonder jaar. En toch. In Fryslan is lang niet iedereen overtuigd van nut en noodzaak. Vandaar een blogje dat al schrijvend is uitgegroeid tot een lange blog.

 

WAAROM?

Leeuwarden-Fryslan Europees Culturele Hoofdstad 2018

 

Om te beginnen een paar cijfers:

 

-        met 3% draagt Fryslan minimaal bij aan het totale Bruto Binnenlandse Product (verdienste van NL)

-        met € 27.892,- per jaar zit de gemiddelde bijdrage per individuele Fries aanzienlijk onder het Nederlandse gemiddelde van € 35.916,- (hoogste: 48.978,- in N-Holland)

-        het BBP van Nederland is na dat van de VS het hoogste ter wereld. ($ 56.116,-)

 

Conclusie: economisch stelt Fryslan in Nederland niet zoveel voor.

 

Enkele grote gevolgen:

-        ambitieuze jeugd trekt weg naar economisch kansrijker gebieden: kennis- en kundeniveau daalt

-        te weinig werk dwingt mensen naar elders te gaan: krimp;

-        grote bedrijven verdwijnen (hoofdkantoren zitten elders): werk is vooral 'uitvoerend';

-        aantrekkingskracht “leren, werken, wonen” vermindert;

-        Fryslan dreigt op termijn een ‘grijze’ provincie te worden;

-        visie op toekomst noodzakelijk (wie zijn wij, wat kunnen/willen wij, wat gaan we doen).

 

Nog een belangrijk cijfer:

 

Met 87% die dit beaamt, behoort de bevolking in Fryslan tot de gelukkigste mensen van Nederland. En Nederland behoort tot de 10 gelukkigste landen van de wereld (plaats 6.)

 

Conclusie: economische achterstand in Nederland is niet van negatieve invloed op ons gevoel van geluk.

 

De vraag die wij dus kunnen stellen is: wat bepaalt het geluk van de Fries en hoe kunnen wij die eigenschap gebruiken om:

 

a)     met meer zelfvertrouwen naar de toekomst te kijken?

b)     Fryslân zichtbaarder te maken en de wereld van onze echte kwaliteit te overtuigen? (cliches blijven er toch wel)

 

Belangrijke factor die het geluk van de Fries bepaalt is het gevoel van “Mienskip”. Het ‘met elkaar’ iets voor elkaar krijgen. Kenmerkende voorbeeld is De Elfstedentocht: als het zover is, helpen 600.000 Friezen om er een historische dag voor de hele wereld van te maken. Met andere woorden: als het moet, slaan we de handen ineen (en zodra het niet meer moet, gaat ieder zijns weegs).

 

Dat gevoel van Mienskip is dus een sluimerende zekerheid. Iets waar de Fries onderhuids trots op is. Maar alleen tot uiting komt als hij er iets mee kan doen. Erover praten, laat staan zijn trots er nadrukkelijk over uiten, nee dat doet een Fries niet snel: dat is opschepperij.

 

Toch is het voor de toekomst van Fryslan van belang dat de wereld kennis neemt van die Friese kwaliteit. Om genoemd zelfvertrouwen. Om genoemde zichtbaarheid: wat de wereld niet ziet, weet de wereld niet. En met Europees Culturele Hoofdstad 2018 hebben wij een unieke kans de wereld te laten zien waar wij voor staan. Dit is “Once In A Lifetime”. En bijzonder omdat wij na Amsterdam en Rotterdam de 3e Nederlandse stad zijn die deze titel van de Europese Unie krijgt! (mede dankzij een bijzondere presentatie in een prachtig bidbook)

 

Natuurlijk heeft de Europese Unie wel een paar voorwaarden aan deze keuze verbonden. De belangrijkste:

 

-        Verander thema Mienskip in “Iepen Mienskip” (dialoog met de wereld)

-        Gebruik “Cultuur” in brede zin (alles wat mensen maken) om specifieke Friese kwaliteit onder de aandacht te brengen zodanig dat andere Europese regio's hieraan iets hebben;

-        Zorg zelf voor financiering van het programma (EU geeft € 1,5 miljoen…).

 

Met het bidbook als uitgangspunt, met de EU-voorwaarden als kader, met een smalle organisatie, met een beperkt budget en 1001 goede bedoelingen is Fryslan in 2013 begonnen aan de voorbereidingen. Hiervoor moest de kleine organisatie op vele borden tegelijk schaken: financieel, organisatorisch, programmatisch, communicatief, politiek… Zonder ervaring bij dit soort evenementen. Met de zekerheid dat zij op 1 januari 2019 niet meer bestaat. En met een bevolking die het leuk vond om de competitie van Maastricht en Eindhoven te winnen, maar geen idee had over de achtergrond van Culturele Hoofdstad.

 

Dat is lastig. Maar ook interessant. Want…

 

Het mooie en unieke van Fryslân is dat haar culturele leven zich van oudsher al vertaalt in veel bijzondere mienskipsvormen: van toneelverenigingen en brassbands in de kleinste gehuchten tot eigenzinnige kunstenaars die door de regio worden gedragen. Van beroemde festivals als Oerol en Into The Great Wide Open tot een fenomeen als het Friese Paard. Het mienskipsgevoel behoort dan ook tot het DNA van het Friese culturele leven. Een programma dat hierop anticipeert ligt voor de hand.

 

Met LF2018 krijgt de Friese cultuur een Europees podium. Maar aan deelname zijn natuurlijk voorwaarden verbonden: het moet passen binnen de kaders die de LF2018-organisatie heeft meegekregen c.q. heeft opgesteld. Naast de lokale inbreng is de organisatie ook verantwoordelijk voor de internationale kwaliteit. De juiste balans tussen lokaal en internationaal bepaalt dan ook uiteindelijk de aantrekkelijkheid van het programma. Hierom, of omdat het financieel niet haalbaar bleek, viel een aantal Friese initiatieven af.

 

Maar er gebeurt gelukkig veel. En genoeg voor iedereen om 2018 als een bijzonder jaar te ervaren. In die zin wordt het wel een memorabel jaar. Met prachtige voorstellingen, tentoonstellingen, evenementen. Met tal van initiatieven in steden, dorpen, wijken, eilanden, gehuchten. Met inzet van ondernemers, onderwijs, overheden en individuen.

 

Met veel mensen die hiervoor in 2018 speciaal naar Fryslân komen. Met veel Friezen die hiervoor speciaal hun vakantie in it Heiteland vieren. Kortom, met grote kans op een economisch gunstig jaar, waarvan het ‘voorproefje’ Alma Tadema in het Fries Museum (mogelijk dankzij LF2018) al een prachtig bewijs is: € 7 miljoen meer bestedingen in Leeuwarden e.o!

 

En toch…

 

De urgentie om “Iepen Mienskip” uit te dragen wordt door een groot deel van de Friese bevolking nog niet gevoeld. Sterker: de remmende bezwaren klinken veel luider dan de optimisme geluiden over de kansen. De abstractie van Culturele Hoofdstad is nog niet voldoende vertaald naar een noodzaak die ons tot gezamenlijke daden aanspoort. Maar wil LF2018 aan zijn echte doelstellingen voldoen (en niet een incidenteel feestjaar blijken), dan moet er nog iets anders gebeuren: de Fries moet in het hart worden geraakt, zodat hij meedoet en na 2018 met trots kan terugkijken en (vooral) vooruitkijken.   

 

Alleen dan wordt het zelfvertrouwen verkregen dat kansen richting toekomst geeft.

Alleen dan wordt iets neergezet en uitgedragen zodat de wereld op een andere manier aan Fryslân denkt.

 

Feestjes organiseren kan iedereen. Een Iepen Mienskip creëren kan alleen in Fryslân. De wereld van onze kwaliteiten overtuigen kan alleen als we het met elkaar doen.

 

Vraag daarom niet “What’s In It For Me?”, maar “What’s In It For Us?”.  En doe mee!

 

 

* bedoeling & perceptie (04/05/2017)

 

Je weet het. En soms besef je het: "Oh ja..." 

 

Eergisteren plaatste ik MYDAILY2017-05/02. Mijn dagelijkse gewoonte om met mijn iPhone een foto te maken en deze te plaatsen op Instagram, Twitter en Facebook. Een doorlopend disciplinair experiment dat inmiddels een visueel dagboek is geworden. 

 

Soms ligt het onderwerp voor de hand. Soms is het zoeken. En soms is het "Shit, ik moet nog een daily schieten!". Dit laatste gold eergisteren. 

 

Dus ik kijk om me heen en zie in mijn souterrainboekenkast het doosje met een restant Berlijnse Muur. Ooit gekocht op een veiling voor een goed doel. 

 

Ik schiet, bewerk en plaats. De zoveelste in een serie die geen andere bedoeling heeft dan er te zijn. Volgers mogen er van denken wat ze willen. 

 

Dat gebeurt ook nu. Relatief veel likes en reacties. De een denkt dat ik in Berlijn zit. De ander dat ik de steen zojuist heb gekocht. Een derde vraagt of ik er die dag bij was. Grappig. Hoe bedoeling en perceptie kunnen verschillen. 

 

In dit geval leuk en onschuldig omdat het een piepklein voorval is in het Grote Misverstand tussen mensen. Het Misverstand dat kan inspireren zolang de onschuld baas blijft. Maar dat ook makkelijk zijn onschuld kan verliezen zodra er belangen op het spel staan. En hoe groter de belangen...

 

Je weet het. Maar op zo'n onschuldig moment besef je het weer. 

 

 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 

 

* afstand (13/03/2017)

 

Schilderen is soms net diëten. Je weet best wel wat je moet doen en laten. Maar toch. Eenmaal op een glijdende schaal lukt het niet terug te keren naar het oorspronkelijke idee. Mijn schilderidee: plezier in het werken. Onderzoeken wat materiaal en vormen doen. Speels. Soms verrassend. Soms tegendraads. En vervolgens reflecteren op de uitkomsten.

 

Gelukkig had ik het een poosje druk met andere zaken. Even afstand. Zien dat je toch in de fuik bent gezwommen. Teveel: Het Moet Iets Zijn. Teveel Zwaarte waar je Lichtheid is gegund. Even afstand dus. En ook even anders nu ik weer ben begonnen. Laat het maar gebeuren. En dan weer reflecteren.

 

 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 

 

* iets (23/02/2017)

Na een poosje is het anders. Is het bevrijd van alle gedachten die je tijdens het maken had. Bevrijd en dus overgeleverd aan het eigen zijn.

 

Een opgedroogd doekje.

 

Ik heb het in mijn handen. Het glanst van het glossy medium waarmee de verf was verdund. Maar wat is er nog over van mijn idee dat dit IETS was?

 

Het voor de hand liggende ‘mooi’ had ik omzeild met een dwarse vorm. Daar rechts een paar druipers die dankzij stijve streken erover naar de achtergrond zijn verdreven. Druipers... nee ze mogen geen makkelijke drama-truc zijn! 

 

Toch nog dat donkerrood in die te amorfe vorm een beetje aangezet met vermiljoen. Krijgt het meer diepte. En die gekke losse toetsen naar boven. Eerst wit, maar later aangevuld met geel. Grappig.

 

Grappig? Moet er wel iets relativerends in zitten? Verzwakt dat niet de kracht van het geheel? Laat dat een verhaaltje toe dat je niet wilt vertellen?

 

Wat wil ik vertellen?

 

Ik hang het werkje weer op een paar spijkers. Plak een tape horizontaal scheef over het doek. Verdun gele verf met een zachte kwast en smeer, poets, veeg… hoe noem je dat.

 

Er ontstaat een nieuwe wereld. Ik weet het nog niet echt. Maar het voelt wel als IETS. Dat voelde al eerder zo. Totdat de tijd haar werk deed.

 

  - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 

 

* schaar  (november 2012)

 

 

Mijn kinderen zitten nu ook op Twitter. Dus komt de onvermijdelijke vraag:

 

“Wie is Piet Keizer?"

 

Voor eens en altijd: Piet Keizer speelde in het eerste van Ajax toen ik nog Ajaxfan was. Ik was een kind en wist niet beter. Dit bewijst het Ajax-plakboek dat ik vorige week na 40 jaar terugvond tijdens het opruimen van mijn ouderlijk huis. Knipsels uit het jaar 1972 waarin ze voor de tweede keer de Europa Cup wonnen. Finale 2-0 tegen Inter. Twee doelpunten van Johan Cruijff. Piet Keizer was aanvoerder.

 

Dat laatste herinner ik me niet meer. Gegoogled. Verrek, nu Wikipedia het zegt...

 

Vergelijk Johan Cruijff met Piet Keizer. Dan had JC alles waardoor hij in geheugens gegrift staat. Snelheid. Souplesse. Weergaloze Techniek. Overzicht. Leiderschap. Scorend Vermogen. Acties die voetbal op een hoger niveau brachten. En een babbel. Die heeft hij nog steeds. Al staat zijn verbale kwaliteit in geen verhouding tot zijn voetbalkunde. De abracadabra die hij uitkraamt wordt ten onrechte een hoog filosofisch gehalte toegedicht. 

 

Dit alles had Piet Keizer niet. Of in mindere mate. Linksbuiten Piet Keizer had geen babbel. Oogde traag. Kon de bal makkelijk van zijn voet laten springen. Bewoog houterig. Gebogen. Armen breeduit langs het lijf. Stond vaak stil, want ondanks het totaalvoetbal was meeverdedigen niet zijn hobby. Piet Keizer leek een luie voetballer.

 

Leek.

 

Daar begon mijn adoratie. Piet Keizer’s genie zat ‘m niet in uiterlijk vertoon. Zijn genie hield hij verborgen. Tot het moment waarop het er werkelijk om ging. Dan ging hij achter een bal staan om deze in een rechte streep in de bovenhoek te poeieren. Of boog hij een achterstand om met twee bananenschoten. Speelde hij anderen vrij met blinde passes. Stuurde hij 4 verdedigers het bos in met zijn schaar.

 

De schaar van Piet Keizer had het altijd in zich te mislukken: het zand in de ogen van de tegenstander. Linkerbeen moet van binnen naar buiten over bal scheren waarna rechtervoet van buiten naar binnen beweegt en bal naar buiten meeneemt. Maar Keizer struikelt over bal, stort hulpeloos ter aarde, leer sukkelt over achterlijn, doeltrap. 

 

Haha. Dacht je. Nee dus.

 

Voordat tegenstander, medespeler, trainer en publiek het in de gaten hadden, was de schaar al uitgevoerd en kwam de bal precies waar ie moest komen, meestal uitmondend in een doelpunt. Iedereen verbijsterd. Behalve Piet Keizer natuurlijk. Die had het al lang bedacht. Uitgevoerd. En mocht terugzakken in zijn luiheid.

 

Het leek het me geweldig: Piet Keizer zijn. Het genie dat zijn momenten kiest. En zodra hij het wil zijn stempel drukt. Ik probeer dit al 40 jaar. Maar eerlijk?

 

Die schaar zal niet meer lukken.

 

 

 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 

 

* consensus  (27/12/16)

 

Vrienden waren het. En ze liepen al heel lang samen. Meestal zwijgend omdat de vanzelfsprekendheid van hun vriendschap geen woorden nodig had.

 

Feit liep vooral links van Werkelijkheid. En meestal liep Werkelijkheid rechts van Feit. Zelfde tempo. Zelfde doel. Het ideaal als stip op de horizon.

 

Maar de vriendschap begon te roesten. Misschien omdat ze elkaar al zo lang kenden. Misschien omdat de horizon uit het zicht verdween. Misschien omdat het pad waarop ze liepen lastiger begaanbaar werd.

 

Misschien omdat vanzelfsprekendheid niet meer vanzelfsprekend was.

 

Werkelijkheid ging zich steeds vaker ergeren aan die autoritaire rechtlijnigheid van Feit. Alsof het gelijk altijd aan zijn kant stond.

 

En Feit zag dat Werkelijkheid steeds vaker de neiging had een ander pad te kiezen. Een pad waarop je ook mocht beweren dat de aarde plat was. En dat 1+1 wel degelijk 3 kon zijn.

 

Geen wonder dat hun tocht hen op zekere dag bij een splitsing bracht. Waar zouden de verschillende wegen hen leiden? Geen idee. Maar er was nu wel sprake van een besluitmoment: de vriendschap verbreken of voortzetten.

 

'Laten we het de mensen vragen' stelde Werkelijkheid voor. Feit fronste. Werkelijkheid voegde toe: 'Daar mogen ze in 2017 de tijd voor nemen!' Feit knikte: 'Maar dan wel in combi met wijsheid en redelijkheid.'

 

'En vrolijkheid!'

 

De vriendschap was nog sterk genoeg om daarin consensus te vinden. Mooi. Want zo heeft het zin om jou veel redelijkheid, wijsheid en vrolijkheid toe te wensen.

 

Zeker in 2017!

 

  - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 

 

* manschappen  (02/12/16)

 

Aan de ene kant 20 merken koffie. Aan de andere kant 40 soorten koek. Daartussen wij. Karretjes goed gevuld. Ooit samen schoolcabaret. Hij graag voorgrond. Ik meer stil spel. Wel dezelfde helden. Neerlands Hoop. David Bowie. Lou Reed.

 

En oud was burgerlijk. Dat werden we liever niet.

 

“Wat goed dat je weer schildert! Kom graag langs. Maar ben nu heel druk. Journalistiek. Nieuwe klus bij andere omroep. Ben veruit de oudste. Ik wil nog inzicht geven door tegengestelde meningen. Maar dat is niet ‘eenduidig’.”

 

“Generatieconflictje?” We lachen er om. Het Jumbogeel lacht mee.

 

“Jouw schilderijen. Ik moet zeggen, iets herkenbaars erin spreekt mij meer aan. En de titel moet niet overheersen.”

 

“Titel en werk kunnen in elkaar overlopen. Net als herkenbaar en abstract. Ik zoek de spanning tussen verschillende grootheden. Die trekt. Daar ergens ligt de poëzie. Maar nu je het zegt: eenduidig?”

 

We lachen er om. Eenduidig. Dat zijn we liever niet.

 

 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 

 

* hanneke  (25/11/16)

Treffende zinnen uit een mooi interview met Hanneke Groenteman in de Volkskrant vandaag.

 

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

* dunne lijn  (24/11/16)

 

“Het is een dunne lijn waarop je beweegt"

 

Een vriend hangt aan de Phone. Ooit dezelfde opleiding gevolgd. Dus eenzelfde achtergrond. Of ondergrond. Lerarenopleiding. Tekenen. In de tijd dat Onderwijskunde de Lastige Vlieg was. Vrij denken stond centraal. Kunstenaarschap lonkte.

 

De meesten van onze lichting belandden niet voor de klas. Kunstredacteur. Fotoconservator. Journalist. Galeriehouder. Beeldend Kunstenaar. Ondernemer.

 

Mijn Phonevriend is al lang directeur van een bedrijf in ruimte-inrichting. En ik ben al jaren zelfstandig creatief in marketing. Maar voor ons beiden geldt: oude liefde roest niet. We schilderen. Niet als hobby. We nemen het serieus. Toch.

 

Dus voel je weer wat het betekent om uit het niets 'iets' te maken. Dan weer vol overtuiging. Dan weer leeg door twijfel. Het ene moment verovert jouw hoofd de wereld. Het andere moment verdient jouw werk de prullenbak. Creëren is inderdaad een dunne lijn.

 

Daarom alle bewondering voor mensen die kiezen voor een leven op die lijn. Want er zijn maar weinigen die de kwaliteit hebben om er op te dansen. 

 

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

 

* haar gezicht  (19/11/16)

 

“Leg haar nou eens uit waarom je dat mooi vindt”

 

Ik had een prachtig boek van Sigmar Polke op mijn verjaardag gekregen. En op de dag na het feest zaten mijn vrouw en kinderen een beetje uitgewoond aan tafel. Dochter bladerde in het boek. Haar gezicht vertelde genoeg. Dus vond mijn vrouw dat ik het eens moest proberen. Uitleggen.

 

Eeeeeh…

 

Ik hoorde mezelf iets zeggen over abstract en figuratief. Dat de meeste mensen iets willen zien wat aan de werkelijkheid refereert. Omdat de meeste mensen iets herkenbaars willen zien. Maar dat je jezelf ook mag toestaan om heel anders te kijken…

 

Haar gezicht vertelde nog steeds genoeg…

 

Misschien dat ze later nog eens leest wat ik bedoel. En het misschien begrijpt. Want over schilderijen gesproken: ze moeten niet een verhaal vertellen. Ze moeten een verhaal zijn. En jij mag er jouw verhaal van maken.

 

Zoiets, Janke.

 

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

 

* af???  (11/11/16)

 

Wanneer is iets af? Bij meetbare zaken is dat makkelijk te bepalen. Als je met LEGO de Eiffeltoren maakt, is ie 'af als de gebruiksaanwijzing in de praktijk is gebracht.

 

Bij onmeetbare zaken is dat lastiger. Iedereen die iets maakt weet dat. Je begint met een idee. Maar tijdens het maken gebeuren er dingen die je niet voorzag. Soms voelt dat als mislukking. Soms als een verrassing.

 

Bij mislukking ga je verder en probeer je er weer iets van te maken. Bij verrassing is dat moeilijker. Wat je ziet of doet, bevalt je.  Je wilt het behouden. Je wilt het herhalen.

 

Maar herhalen van een verrassing is bijkans onmogelijk. En behouden betekent dat je er niks meer aan doet.

 

Maar is het dan af? En strookt het met jouw oorspronkelijke idee? En als het niet strookt, moet je dan aan dat oorspronkelijk idee vasthouden of laat je deze overvleugelen door de schoonheid van de verrassing?

 

Zolang je iets maakt, zijn het gedachten die nooit zullen stoppen. Dat maakt schilderen ook zo boeiend. En gelukkig: in het koninkrijk van de schilder bepaalt alleen hij dat een werk ‘af’ is. En zolang het werk zijn eigendom blijft, kan de schilder weer af van dat ‘af’ om er tot in het oneindige mee door te gaan…

 

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

 

* eeensch!!!  (01/11/16)

 

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

 

* humor  (30/10/16)

 

Voor zover ik kan beoordelen is de beeldende kunst niet gezegend met veel humor. Misschien is die beoordeling te beperkt en te zeer beïnvloed door het calvinisme dat door des Hollands aderen stroomt, maar toch...

 

Wordt er bedaarlijk gelachen als we voor een schilderij staan? Beginnen wij ongecontroleerd te bulderen in een beeldentuin? Staan recensies bol van de vrolijke kwinkslagen geïnspireerd op de besproken werken? Nou nee. Beeldende kunst is een serieuze bedoening. We zoeken verklaringen. We zoeken context. We zoeken diepgang. Maar de lach?

 

Afgelopen vrijdag stond in de Volkskrant een quote van de Canadese kunstenaar David Altmejd: “Soms sta ik echt hardop te gniffelen in mijn atelier om wat ik zie gebeuren”. Verademend. Een gezonde houding. Je moet jezelf niet altijd serieus nemen. Dat is geen aantasting van de kwaliteit. Dat is vooral een ander perspectief durven kiezen waarop je jouw werk beoordeelt. En lach er maar om.

 

Daarom ben ik zo’n liefhebber van Sigmar Polke. Duits & Humor. Een bijzondere combinatie. En werk dat De Ernst aan de kaak stelt. Belachelijk maakt. En tegelijk creëert Polke een idioom waarmee alles kan en waarmee hij werkelijk alles doet. Polke heeft veel gelachen. Kan niet anders.

 

En het werk van Altmeid..? Mwa. Dat ie er om gniffelt, snap ik wel. Zou ik ook doen. Maar het is mij teveel exposure om er door geraakt te worden… zei de calvinist in mij.

 

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -