HET ANKER VAN DE OORLOG

 

Ik ben van 1956. En hoe ouder ik word des te meer ik besef hoe dicht mijn geboortejaar ligt bij de jaren van WO2. Van die oorlog zelf voel ik dus niks. Geen ervaring. Geen herinnering. Maar in mijn beschermde jeugd was deze altijd aanwezig. 

 

Mijn ouders waren puber toen de oorlog uitbrak. Friese plattelandskinderen voor wie die tijd spannend avontuurlijk was. Mijn moeder had oudere broers voor wie altijd het gevaar dreigde tewerkgesteld te worden. Mijn vader ging kijken bij Engelse vliegtuigen die waren neergestort. Dat waren de verhalen die wij als kinderen hoorden. En ik stelde me voor dat er in ons huis kruipruimte onder de zoldertrap was waar we konden schuilen als de Duitsers toch weer Nederland zouden veroveren.

 

Mijn ouders keken naar Lou de Jong en de hele serie Het Koninkrijk Der Nederlanders In De Tweede Wereldoorlog van deze historicus stond prominent in onze boekenkast. En daarmee was de oorlog ingekaderd in het verleden. Voorbij. Iets wat nooit meer mocht gebeuren. Iets wat mensen elkaar nooit meer mochten aandoen. Een prettig, veilig, naief idee. Maar wel het idee dat nog steeds een anker in mijn leven is.

 

Ik moest afgelopen week aan dat anker denken bij de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen. Me realiserend dat het merendeel van de kiezers veel verder is verwijderd van WO2 dan ik. En die ondanks herdenkingen, boeken en films niet direct zijn opgegroeid met WO2. Of er niet mee zijn opgezadeld, om het in ander perspectief te plaatsen. De kans is groot dat voor hen Corona iets is wat WO2 voor mij was. En dat Klimaat zoiets wordt. Waarbij Corona vandaag door iedereen wordt gevoeld en Klimaat een abstracte lijkt dat ergens in de toekomst gaat spelen.

 

Maar zonder anker van WO2 kijk je anders tegen deze wereldgebeurtenissen aan. Is er geen bodem in de zin van ‘dat nooit meer’ die gegrond is in de manier waarop je met elkaar omgaat. Het gevoel dat je met elkaar verantwoordelijk bent voor je stad, regio, land en de wereld. Met respect voor elkaars meningen en verschillen. Maar wel met het doel om er samen iets van te maken. De uitslag van de verkiezingen laat een andere koers zien.

 

Maar liefst 17 partijen in de Kamer. Je zou dit Het Feest Van De Democratie kunnen noemen. Om meerdere redenen vind ik dat absoluut geen feest. Het tekent een land dat in kleine belangen denkt. Boerenbelangen. Wappiebelangen. Turkenbelangen. Dierenbelangen. Seniorenbelangen. Issues ipv een maatschappijvisie. Waarbij ook het rechts-extremisme in de kamerbankjes plaats mag nemen. Het voelt alsof de boekenplank van Lou de Jong in de fik staat.

 

Maakt me dat pessimistisch? Ja als ik zie hoe ‘gewoon’ het extreemrechtse en complotdenken wordt gevonden in politiek en media. Maar ik ben optimistisch als ik Sigrid Kaag op de tafel zie dansen. Had niveau Merkel kunnen worden als ze in Duitsland was geboren. En ja ik ben optimistisch als ik de Europese frisheid van Volt hoor. En ja ik ben ook optimistisch dankzij het karakter van een premier als Rutte.

 

En misschien klinkt dat allemaal gek voor iemand uit een sociaal-democratisch gezin. Voor iemand die de linkse teloorgang als een bittere pil ervaart. Niet zozeer omdat ik daar in mijn dagelijks bestaan onder te lijden heb: het liberalisme heeft het tot nu toe goed met mij voor. Maar wel omdat links denken voor mij betekent dat je over de hele linie een balans zoekt. Een eerlijker verdeling van macht, inkomen, kansen. 

 

Niet om mensen te pamperen zoals vaak uit liberale kring over dit idee wordt gesproken. Maar om mensen sterker, zelfbewuster, energieker en gewoon aardiger voor elkaar te maken. Met een sterke overheid als initiator, regelaar en beschermer.

 

Aan dat idee hou ik vast. Het is een anker. Gegeven door mijn ouders. Friese plattelandspubers in WO2.

 

21 MAART 2021